WANNEER BLOEMBOLLEN PLANTEN?
Bloembollen zijn, op basis van de bloeiperiodes, onder te verdelen in twee categorieën, namelijk: voorjaarsbloeiend, zomerbloeiend. De bloeiperiode en de aard van de bollen heeft invloed op de beste tijd om te planten. Zo zijn voorjaarbloeiende bollen winterhard en zijn de zomer en najaarsbloeiende bollen dit niet.
VOORJAARSBLOEIENDE BOLLEN
Bloembollen die in het voorjaar bloeien worden in het najaar geplant, in de periode die ligt tussen eind september en eind december (uiterlijk). Hoe vroeger de bolgewassen geplant worden, hoe eerder ze zullen wortelen en spruiten ontwikkelen. De beste periode om te planten is aan het begin van de herfst omdat de grond dan nog een beetje warm is. De bloembollen zijn daardoor ook beter bestand tegen vorst in de grond. Bij zeer strenge vorst kan de grond tot wel dertig centimeter diepte bevriezen. Plant dus geen bollen wanneer de vorst al in de grond zit of wanneer deze kletsnat is.
Bloembollen die in de zomer bloeien, kunnen eind februari tot eind april worden geplant. Kijk in februari en/of maart uit met de vorst. Bekijk voor de zekerheid de weerberichten voor de gehele week vooruit.
HOE TE PLANTEN
BODEM EN GRONDMENGSELS
Voor een goede worteling en bloei van bolgewassen is een luchtige en niet lang nat blijvende grond belangrijk. Door te natte grond verstikken de bollen en rotten ze volledig weg. Bloembollen gedijen het beste in een licht, vochtige grond. Op zware kleiachtige gronden kunnen tulpen goed groeien maar andere gewassen zoals krokussen, narcissen en hyacinten hebben daar wat problemen mee. Voor die gewassen kan men beter de zwaar kleiachtige grond vermengen met een flinke hoeveelheid zand. Meng deze in een verhouding van drie delen zand op een deel klei. Spit het mengsel goed door met behulp van een vork met platte tanden, een schep, een tuinklauw of cultivator. Maak de grond goed rul; dat wil zeggen: vermorzel alle grote brokken tot een kruimelige grond ontstaat. Toevoeging van een kant-en-klaar verkrijgbare bladgrond is ook uitstekend. Vooral voor die bolgewassen die blijvend vast blijven staan - dus die na de bloei niet uit de grond worden verwijderd - vereisen bovenstaande grondbewerking als men zwaar kleiachtige grond heeft. Bolgewassen houden bijzonder veel van een kalkrijke (calcium en/of Kali) grond. Toevoeging van een kunstmeststof kan worden toegevoegd. Of meng een flinke hoeveelheid compost of beendermeel door de grond. Een hoeveelheid kunstmest van ca. 0,5 tot 0,6 kg per 10 m2 of - als compost gebruikt wordt - een hoeveelheid van 2 tot 2,5 kg per 10 m2 is toereikend.
PLANTPLAATS VAN BLOEMBOLLEN
Alle bolgewassen houden van een zonnige plaats. Als er enige schaduw valt geeft dat niets zolang de gewassen maar niet volledig in de schaduw staan. Krokussen en tulpen moeten bij voorkeur op een juist zonnige plek geplant worden. Een goede tip is om markeringen te plaatsen(bijv. stokjes) waar geplant is zodat men schade voorkomt wanneer in de nabijheid geharkt of gespit moet worden.
PLANTAFSTAND EN BLOEITIJD
Voor een tijdens de bloei opvallend effect van de beplanting moeten de bollen zo dicht mogelijk geplant worden. Houdt ook de bloeihoogte goed in de gaten: de hogere soorten moeten niet de heel lage soorten aan het oog onttrekken.
Belangrijk is eveneens wanneer een soort bloeit. Bij een juiste keuze van verschillende bloeitijden kunt u vanaf eind januari tot ver in maart een aaneenschakeling van bloeiende bolgewassen en kleurenpracht verkrijgen. Dit heeft dan weer te maken met wanneer je de bollen plant in de periodes van september tot december. Hoe eerder geplant, des te eerder dat de bloem boven komt. Op die manier kan men de bloei deels beïnvloeden.
HOE TE PLANTEN?
Vooraf moet de grond goed voorbewerkt zijn voordat de bollen werkelijk geplant kunnen worden. Na de grondbewerking is de grond los van structuur. Planten kan op verschillende manieren. U kunt de bollen afzonderlijk planten door gaten te graven en elke bol apart te planten. De bollen komen op deze manier niet allemaal op de zelfde diepten en zullen bij het opkomen dan ook niet allemaal precies even hoog zijn en keurig in het gelid staan. U kunt ook een groot gat of geul graven en de grond goed gelijk maken voordat u de bollen plant op deze manier staan de bollen keurig in het gelid. Als de bloemen niet keurig in gelid geplant hoeven te worden kunt u ze ook uitstrooien en daarna toedekken. Door uitstrooiing ontstaat een meer 'natuurlijk' beeld van aanplant zoals ook bij telers vaak gedaan wordt. Men kan ook gebruik maken van een bollenplanter. De bollenplanters zijn in twee typen verkrijgbaar: een bollenplanter waarbij de grond eruit getikt moet worden en de bollenplanter met een veermechanisme, waarbij de grond automatisch geleegd wordt.
PLANTDIEPTE
Als stelregel geldt een plantgat diepte die gelijk is aan driemaal de maximumdiameter van de bol. Er zijn echter zoveel uitzonderingen op die regel, dat beter voorafgaand aan het planten bekeken kan worden welke plantdiepte geldt voor het bolgewas dat is aangeschaft. De plantdiepte heeft altijd betrekking op de afstand tussen bolneus en bovenkant van de grond na afdekken van de bol. Voor de meeste gewassen geldt; 8-10 cm diep.
|